Posted

LONDEN – Op de olympische piste van Londen wacht een aantal Nederlandse baanrenners vanaf donderdag bij de laatste wereldbekerwedstrijd een loodzware opdracht. Met name het aantal mannen dat komende zomer mag terugkeren voor de Spelen dreigt klein te worden. 

Toch geloven de baancoaches René Wolff (sprint) en Robert Slippens (duur) in hun missie.

De knelpunten liggen op de teamsprint en het omnium. ”Ik ben ervan overtuigd dat het nog kan”, zegt Wolff over het eerstgenoemde onderdeel waarop Teun Mulder, Roy van den Berg en Hugo Haak uitkomen.

”Het wordt moeilijk, maar Wim heeft een goede voorbereiding gehad”, weet Slippens. Wim is Wim Stroetinga, die de ver teruggevallen Tim Veldt vervangt. Veldt, in 2009 nog de nummer drie van de wereld, richt zich nu op de ploegachtervolging.

Na het afscheid van Peter Pieters in 2009 sprak wielerbond KNWU de wens uit tot een meer op topsport gericht beleid te komen. De behaalde successen werden binnen de bond toch vooral gezien als een serie toevalstreffers. Om structureel mee te blijven doen werd op Papendal een opleidingsinstituut ontwikkeld waar talenten in verschillende disciplines worden geschoold.

Aansluiting kwijt

Vooralsnog is Nederland in het baanwielrennen de aansluiting met de top al even kwijt. De grootste kanshebbber op een olympische medaille lijkt nog Teun Mulder. Maar op keirin, zijn favoriete onderdeel, regeert vaak het geluk.

Alleen daarom al hoopt Wolff dat de teamsprinters zich alsnog plaatsen. Daarvoor moeten zij in Londen en bij het WK in Melbourne 210 punten inlopen op Polen. Vijf Europese landen plaatsen zich, Nederland staat zesde. ”Er van uitgaande dat we niet op het podium eindigen moeten we in die twee wedstrijden zeven plekken goedmaken op de Polen”, rekent Wolff uit.

”Teamsprint is meer dan keirin een trainbare discipline. Nadeel is dat wij minder renners hebben dan andere landen en er steeds voor hebben moeten zorgen dat we op elk toernooi een redelijke score behaalden. Ik zou met deze jongens wel eens vier maanden naar één evenement willen toewerken.”

Omnium

Slippens’ grootste zorg ligt op het omnium, al valt de ontwikkeling van de ploegachtervolging bij de mannen nog altijd niet mee. Het Nederlands record (4.04,035), in november gereden in Astana, ligt nog altijd vier seconden boven de al in maart 2010 uitgesproken doelstelling van vier minuten rond.

”Ik baal ervan dat we mede door tegenslag dit seizoen nog geen ’4.02′ hebben gereden.” Het wachten is op aanwas. Slippens: ”De structuur ontbrak, we zijn er nu een paar jaar mee bezig. Het zou fair zijn om pas in 2016 de balans op te maken.”

ZIE OOK

Bron: http://www.nusport.nl/wielrennen/2740568/baancoaches-prediken-geduld.html