Ingezonden

“Ik ben in de Tour als lamlul van het peloton neergezet”, zo liet Robert Gesink zaterdag in de Volkskrant optekenen. De worsteling van de Rabo-renner met de beeldvorming duurt maar voort. Word nou eens écht boos man!

Lamlul van het peloton? Ha! Wat een onzin. Robert is juist een held. Ga er maar aan staan. Met 70 kilometer per uur vallen. Alles gebutst en geschaafd. En toch weer opstappen, waar andere favorieten hun wonden likten. Toch de strijd aan gaan. Vol goede moed aan de start van gruwelijk zware etappes staan.

Alles doet pijn, het lichaam en de vorm kregen een optater, het vertrouwen een flinke deuk. Dat je dan niet direct weer bij de besten meerijdt, is jammer. Maar strijdend en vechtend aan de staart van het peloton bewijs je dag in dag uit jouw veerkracht. Jouw strijdvaardigheid komt keer op keer in beeld.

Zie hier alle ingrediënten voor een heldenstatus waar Johnny Hoogerland een puntje aan kan zuigen. Alleen Johnny werd de Zeeuwse Leeuw en Robert een lamlul. Waarom, vraagt Gesink zich keer op keer af.

Monnik

Hij werkt namelijk zo hard. Leeft als een monnik. Ontziet zichzelf op geen enkel vlak. Gaat door waar anderen al lang en breed de fiets op de auto hadden gezet. Toch wil het met de echte liefde tussen het volk en Gesink maar niet vlotten. En de renner begrijpt het niet. Snapt niet dat je beeldvorming in eigen hand hebt.

De beeldvorming is volgens Gesink te vaak ten onrechte gekleurd. Hij valt bijvoorbeeld helemaal niet zo vaak. Zeker niet vaker dan anderen. Maar als hij valt, dan wordt het ineens breed uitgemeten. Wordt hij door leken voor lamlul uitgemaakt. Bah! En zij zijn ook nog eens groot en ik ben klein en dat is niet eerlijk.

Rabo-directeur Harold Knebel weet het deze week in het interview met het magazine NUsport goed te verwoorden. “Uiteindelijk ontbrak het Robert aan de veerkracht om zich er overheen te zetten en daardoor werd de Tour een worsteling”, zegt hij over de reactie van Gesink op alle kritiek gedurende de Tour.

Afbijten

En zo is het. Terwijl de sleutel aan Gesinks eigen sleutelbos bungelt. De lamlul moet niet mauwen, maar flink van zich afbijten. Zichzelf meer blootgeven als het kan en kritiek van z’n rug laten glijden. Zeker als die komt van mensen met weliswaar een groot publiek, maar zonder kennis van zaken.

Maar helaas. Zodra de pers in de buurt komt, gaat het harnas aan. Volgen de stugge antwoorden. Dan voel je de achterdocht. Dan is het verongelijkte kind aan het woord. Gesink in de Volkskrant: “Weet je dat ik dezelfde voorbereiding heb gedaan als Evans? Alleen won hij de Tour en heb ik het kut gedaan.” Er had ook kunnen staan: en hij kreeg wel een ijsje en ik niet.

Ware gezicht

Van die verongelijktheid krijgt de wielerfan geen warm gevoel. Nederland staat te popelen om de echte Robert Gesink in de armen te sluiten. De prestaties zijn ernaar, de verwachting ook.

De liefde moet alleen wel van twee kanten komen. En daarvoor moet Gesink zijn ware gezicht tonen. Woede, strijdlust en pijn, maar ook echte blijdschap en verdriet. Afgemeten antwoorden en ingehouden woede helpen daar niet bij. En zeuren om een ijsje al helemaal niet.

Bron: http://www.nusport.nl/plugge/2631220/lamlul-moet-niet-mauwen.html