Ingezonden

Ik zou natuurlijk gevat kunnen doen en kunnen zeggen wat ik allemaal al van Ryder Hesjedal wist, nog voordat de Giro begon.

Door Nando Boers

Dat hij fantastisch kon klimmen bijvoorbeeld, goed kon tijdrijden en dat hij natuurlijk dé kanshebber was toen de renners drie weken geleden in Denemarken vertrokken.

Dat is niet zo.

Ik wist drie weken terug niet zo heel veel van Ryder Hesjedal.

Ik wist:
1. Dat het een Canadees betrof met Noorse voorvaderen.
2. Dat hij een van de langste renners uit het peloton was (een blik op de lengte van zijn zadelpen was genoeg).
3. Dat hij kon goed dalen, want dat vertelde een oud-renner me vorig jaar.
4. Dat hij een voormalig mountainbiker was.
5. Dat hij in de Tour de France van 2010 in de top tien was geëindigd (even googelen: zesde, achter Robert Gesink).
6. En die naam; Ryder. Kon het beter?

Dat was wel zo’n beetje wat ik wist.

Drie weken later ben ik een stuk verder. En de belangrijkste les, zo schijnt het me na drie weken koers toe, is: de wielersport zou inderdaad best eens een heel opgeschoond kunnen zijn. Ik weet, het klinkt wat terughoudend, maar het verleden heeft uitgewezen dat zoiets niet onverstandig is.

Portie hardheid

Voor Hesjedal viel alles tussen Herning en Milaan samen. Goede voorbereiding ongetwijfeld, opperste concentratie, geen onoverkomelijke tegenslag gedurende de rondrit door Italië en een portie hardheid die hij goed kon gebruiken in beklimmingen als die van de Stelvio, een etappe zaterdag gewonnen door de Belg Thomas De Gendt van de Nederlandse formatie Vacansoleil.

Hesjedal hield de rug recht, bleef elke dag strijden voor secondes en zette zondag in de afsluitende tijdrit door de straten van Milaan de Spanjaard Joaquim Rodriguez in het algemeen klassement terug van 1 naar 2.

Ik durf te zeggen: het zou mij verbazen als het Hesjedal nog een keer lukt in zijn loopbaan. Het winnen van grote ronde op afroepbasis is mij te verdacht, ja sorry. Om te winnen moet alles op zijn plaats vallen, anders win je niet.

Als het even niet gaat, krijg je een epische inzinking, of koers je dagen aaneen alsof je over plakkend asfalt rijdt met dichtgeknepen remmen. Zomaar winnen was vroeger volgens mij een indicatie van plotselinge medische doorbraak. Ik denk: nu is het een teken dat er weinig meer gesjoemeld kan worden op structurele basis. Dus of het hem nog een keer lukt betwijfel ik.

Verdachte naam

Er is één maar aan dit verhaal.

Het enige dat ik verdacht vind is die naam: Ryder. Als je het naar het Nederlands zou vertalen heet hij Reider, en van beroep is hij renner. Renner Reider. Dat kan niet waar zijn. Zijn naam moet zijn aangepast. Zijn vader en moeder weten wel beter. Hij heet in het echt natuurlijk helemaal geen Ryder.

Maar ja, James Hesjedal, dat is geen renner, James Hesjedal is een accountant. Als je dan toch aan sport gaat doen, dan is Ryder beter, dat klinkt meer als een winnaar.

En nu de beste in de Giro, wie had dat van tevoren gedacht? Ik niet. En daar ben ik dus erg blij mee. Niet zozeer voor mijzelf. Wel voor de wielersport.

Bron: http://www.nusport.nl/boers/2821064/belang-van-hesjedal.html