Ingezonden

Er was een tijd dat de Tour de France bol stond van spankracht en heroïek. Tot net voor de poorten van de lichtstad werd met de blanke sabel voor geel, groen of bollen gevochten en elke jaargang leverde mooie verhalen op voor het grote wielerboek. Tijdens deze editie werd er nog geen enkel geschreven. Of het zou de ontbolstering van Peter Sagan moeten zijn. De Slowaak als enige topper bereid om te koersen. Altijd en overal woekerend met zijn krachten. Door geen ‘oortje’ in te tomen en een zeldzame verademing in deze computergestuurde ‘Tour der Saaiheid’.

Hoe anders was het in de tijd van onaantastbare heersers als Eddy Merckx en Bernard Hinault die zich verplicht voelden hun verpletterend overwicht extra in de verf te zetten. Het hoefde niet maar ze deden het toch. Omdat enkel winst niet volstond en onlesbare eerzucht hen tot panache dwong. Het handelsmerk van echte kampioenen. Veel te sterk voor de rest. Nooit voor zichzelf.

Wat was de koers simpel toen. Inspanningen werden niet op een apothekersschaaltje afgewogen en niemand deed flauw over een pedaalslag meer of minder. Ploegleiders hoefden zich amper met de koers te bemoeien. Niet meer dan leveranciers van voedsel, drank en technische ondersteuning. De renner baas van eigen benen. Gewoon volgen werd als een teken van zwakheid beschouwd en de enige keuze was die tussen winst en verlies. Niet klappen maar trappen. De strijd van man tegen man als de ultieme uitdaging. Wie zich sterk genoeg voelde ging er op een bergflank gewoon vandoor en zag wel waar hij uitkwam. De rekening werd aan de streep en niet voor de start gemaakt. Hoe fascinerend was het geklauter van frêle ventjes met luciferdunne beentjes die als vervelende vliegen rond de gekroonde wielerhoofden cirkelden. Amechtige klunzen op het vlakke, strijkijzers tegen het uurwerk maar dynamiet in de bergen. Altijd klaar om venijnig te prikken. Voor elke bergetappe met kriebelende beentjes kwiek en monter uit de veren. Vast van plan het peloton eens goed pijn te doen.

Waar zijn ze toch gebleven? De gevleugelde klimmers die zich onvervaard in het avontuur durfden te storten. Stilletjes uitgestorven omdat het moderne peloton controle in plaats van anarchie verkiest. Wetenschap en berekening winnen het steeds meer van durf en eerzucht. Liever een kleurloze winnaar dan een eervolle verliezer. Renners verworden tot willoze marionetten. Draadloos gestuurd door ploegleiders die via het vermaledijde ‘oortje’ een kosten-batenanalyse maken van elke pedaalslag en zo van de wielerhoogmis een vervelend tactisch steekspel hebben gemaakt. Want deze in een keurslijf gedwongen Tour kan amper begeesteren. Hij rijdt op reserve en angst. Bradley Wiggins net goed genoeg.

Eén tijdrit volstond om de rangschikking in een definitieve plooi te leggen. Slimme en sterke coureur. Dat zeker. Maar vooral een zuinige een voorspelbare winnaar met enkel monddood gemaakte tegenstand in eigen rangen. Een koning die hoe dan ook op de troon moet blijven zitten. Tot in zijn laatste vezel voorgeprogrammeerd en tot in de eeuwigheid achtervolgd door de vraag of de luitenant niet sterker was dan de generaal. Vanaf vandaag wellicht weer het laatste wagonnetje van een telegeleide trein die hem netjes boven mythische toppen als Aubisque, Tourmalet, Aspin en Peyresourde zal afzetten. Tenzij ook Bradley ineens beseft dat enkel panache van winnaars kampioenen maakt en beslist zijn vaalgele trui wat glans te geven. Dat gebeurt natuurlijk niet. Of het zou moeten zijn dat er opeens zo’n ruis op de ‘oortjes’ komt dat de koers eindelijk weer koers wordt.

Jules Hanot

Bron: http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1471657/2012/07/18/Het-moderne-peleton-verkiest-controle-in-plaats-van-anarchie.dhtml