Posted on 20 december 13 in Wielerproza

Dries van Wijhe (van 20 december 1945) is vooral bekend als schaatser. Marathonschaatser om precies te zijn. Een sporter met een leeuwenhart is-ie, een aanvaller en bovendien iemand die is gezegend met een vlotte babbel. Dries zoekt de publiciteit en de publiciteit zoekt hem. Gevolg: ‘Dolle Dries’ groeit eind vorige eeuw uit tot een fenomeen.

Ook op de fiets is Van Wijhe alles behalve doorsnee. Zo behaalt bij in 1973 bij de amateurs de Nederlandse titel op de weg. Twee andere klasbakken laat hij achter zich: Gerrie Knetemann en Fedor den Hertog.

De foto is van zeven jaar later als Van Wijhe in amateurcriteriums niet te stuiten is. Halverwege augustus noteert hij in Kortenhoef zijn elfde overwinning van het jaar. En dat elke keer op een fiets waaraan iets ontbreekt. De fiets van Van Wijhe heeft geen versnellingen. Eén tandwiel voor en eentje achter, een derailleur is niet nodig. Van Wijhe rijdt eigenlijk op een baanfiets. Met handremmen, dat wel.

Het vaste verzet van Van Wijhe is in 1980 53 x 15, ‘voorwaar een plaat die niet iedere renner kan draaien’, schrijft Ben Zomerdijk in Wielersport. In het criterium van Kortenhoef wint hij met een ronde voorspong, voor Zomerdijk reden om Van Wijhe eens aan de tand te voelen over zijn fiets. De eigenzinnige wielrenner geeft aan het ‘veel gemakkelijker’ te vinden om met een vast verzet te rijden. ‘Ze kunnen me dan wel uitlachen maar dan denk ik, ach we spreken elkaar na afloop van de koers wel weer’, aldus Van Wijhe die vertelt dat hij een voorbeeld heeft genomen aan Gerrit Schulte ‘die indertijd ook met een vast verzet draaide en hiermee vele prachtige successen heeft geboekt.’

In het artikel bevestigt Schulte het verhaal. Ook hij reed met een vast verzet, 49 x 17 in zijn geval.

Dit artikel is afkomstig van Het is koers, Lees verder op: http://hetiskoers.nl/2013/het-vaste-verzet-van-dolle-dries/