Posted

Er was iets met zijn materiaal, zei Sven Kramer. Hij stond in een Noorse hal waar op de achtergrond een fijn muziekje speelde.

Hij droeg een muts, maar dat had niets met de temperatuur te maken – dat ding stond op zijn hoofd voor de sponsor. De assistent-trainer die zijn tas en zijn bidon vasthield, was niet ver weg.

Op datzelfde moment schaatsten er tachtig kerels in en rond Giethoorn. Buiten. Op ijs dat nog nooit een Zamboni van dichtbij had gezien. Ze hadden ijspegels in hun baarden, kapotgevroren lippen en ingezwachtelde knieën en ellebogen – het resultaat van twee weken lang vallen en opstaan.

Af en toe moesten ze een stuk klunen: hard rennen op schaatsen en dan maar hopen dat je niet nóg een keer op je kanis zou gaan.

De wereldbeker schaatsen in Hamar en de Hollands Venetië Tocht in Giethoorn – het scheen één en dezelfde sport te zijn, maar het leek in de verste verte niet op elkaar. Schaatsen is niet altijd hetzelfde als schaatsen.

Ergens was het heel vreemd. In Hamar reden de beste schaatsers van de wereld rond op spiegelijs, maar er was niet veel aan. Ze schaatsten eindeloze rondjes linksom, de winnaars waren dezelfde winnaars als vorige week en volgende week.

Steriel

Wij Nederlanders vinden die eeuwige rondjes 30,3 hartstikke mooi, maar ik kan me goed voorstellen dat ze langebaanschaatsen elders op de wereld oerend saaaaaaai vinden.

Daarom is schaatsen op de Olympische Winterspelen vrijwel altijd de slechtst bekeken sport. Zelfs curling scoort meestal hoger. In het buitenland weten ze niet wat ze met langebaanschaatsen aan moeten. Rondjes draaien in een voorverwarmde hal is vaak te steriel en te weinig heroïsch.

Maar het kan ook anders, dat bewees het peloton marathonschaatsers de afgelopen weken. Ik was afgelopen zaterdag bij de Henk Angenent Classic (tweehonderd kilometer over schuurpapierijs, zes uitrijders) – die wedstrijd duurde net zolang als een dag wereldbekerschaatsen, maar had alles in zich.

Vallers, uitvallers en aanvallers; snotpegels, ijspegels en drankkegels. De winnaar van een zeven uur durende veldslag was een Fries met de veelzeggende naam Durk Fabriek. Hij kreeg een fles jenever voor de overwinning en meldde daarna dat hij niet heel veel tochten meer kon rijden, want maandag moest hij eigenlijk weer aan het werk.

Oervorm

Misschien moet langebaanschaatsen wel weer terug naar de oervorm. Gewoon af en toe, voor de verandering. En dan bedoel ik niet een uitstapje naar een keurig aangeveegde ijsbaantje in Boedapest, maar harken over een bevroren kanaal, doodgaan tegen de wind in en hopen dat je ogen niet bevriezen.

Met alle grote vedetten erbij, alstublieft. Ik wil wel zien wat Sven Kramer, Shani Davis, Ireen Wüst en Martina Sablikova waard zijn op de slootjes van Giethoorn. Of op een kortebaanwedstrijd op de Keizersgracht. Of van mijn part op de Wolga, de Donau of een bergmeer in Oostenrijk.

Zet een paar camera’s op hun snotpegels en je hebt in no time een internationaal publiek. Het zal niet gebeuren, dat weet ik ook wel. Misschien is dat maar goed ook dat we geen serie natuurijswedstrijden over de hele wereld organiseren die de hele winter duurt. Durk Fabriek moet ook nog een keer aan het werk.

Bron: http://www.nusport.nl/thijs-zonneveld/2739608/klunen.html