Ingezonden

Als telt niet. Ik weet het. Maar ik kon afgelopen zondag, toen er een Canadees met een moeilijke naam in het roze werd gehesen in Milaan, niet nalaten om te denken wat er was gebeurd als we de Giro d’Italia in Nederland wél serieus zouden nemen.

Door Thijs Zonneveld

Wat als er een Nederlandse ronderenner naar de Giro was gestuurd?

We baden in luxe. We hebben – op papier – een unieke lichting wielrenners rondrijden in de polder. Of ze nu Bauke Mollema, Robert Gesink, Woutje Poels, Steven Kruijswijk, Laurens ten Dam, Johnny Hoogerland, Wilco Kelderman, Rob Ruijgh of Lieuwe Westra heten: ze kunnen allemaal klimmen. Maar er deed er niet één mee aan de Giro.

Alle echte klassementsrenners gaan namelijk naar de Tour de France. Zo werkt dat nu eenmaal. De Tour is honderdmiljoenmiljard keer belangrijker voor ploegen, renners en sponsoren. Marketingwaarde, kijkcijfers, blablabla – u kent het wel. We denken in geel, groen en bolletjes – niet in roze. Zelfs de Ronde van Californië lijkt nog belangrijker dan de roze trui.

Maar als er óóit een kans was om de Giro te winnen – of op z’n minst om podium te halen, dan was het dit jaar. Er deden nauwelijks klassementsrenners mee in Italië. Geen Cadel Evans, geen Bradley Wiggins, geen Alberto Contador, geen Andy Schleck.

Andy’s broer Fränk werd door zijn ploeg vlak voor de start van de Giro uit de speeltuin van zijn zoontje geplukt, maar Fränk gaf op zodra hij de mogelijkheid zag.

Een handjevol klassementsrenners mocht onder elkaar uitmaken wie de Giro zou winnen, maar ze reden allemaal rond met gebreken.

Stacaravan

Ivan Basso had het acceleratievermogen van een stacaravan, Michele Scarponi’s oude knieën piepten bij elke trap, Roman Kreuziger had nog altijd een beetje te veel puppyvet en Joaquim Rodriguez verloor met zijn naaimachinemotortje in elke tijdrit anderhalf uur.

En de rest, tja de rest. Thomas De Gendt ontdekte zichzelf in de Giro, maar dat was vooral omdat hij zijn huwelijk een beetje lullig heeft gepland (op de dag van de proloog van de Tour).

Rare vraag misschien, maar hadden we er nou echt niet één of twee Nederlandse klimgeiten naar Italië kunnen sturen? Moeten ze nou echt al-le-maal naar Frankrijk? Stomme Tour ook altijd: dat ding vreet de hele sport op – de Tour is zó belangrijk dat we vergeten dat er ook nog andere koersen bestaan. De Tour, de Tour, de Tour, niets dan de Tour. Arme klimgeiten.

Slootwater

De Tour is vaak nog niet eens leuk ook: de hotels zijn slecht, de pasta is niet te vreten, de koffie smaakt naar slootwater, de rondemissen zijn altijd chagrijnig en de Franse televisie reed Johnny ondersteboven alsof hij een crahtestdummie was.

De koers zit vaak op slot: de eerste twee weken regent het kneuzingen, schaven en breuken – en als je dat overleeft word je als klimmer weggeblazen door tijdritmachines als Evans en Wiggins.

Nee, dan de Giro: de pasta is altijd al dente, de espresso is molto bene, de (veel mooiere) rondemissen geven lieve knipoogjes – en de roze trui ligt voor het grijpen als je het aandurft om je seizoen op de Giro te zetten. Ryder Hesjedal maakte een keuze: liever de Giro winnen dan vijfde, zesde of zevende worden in de Tour. Hij had gelijk.

Het leven is soms zoveel mooier door een roze bril. Volgend jaar trouwt Bauke Mollema maar op de dag van de eerste Touretappe.

Bron: http://www.nusport.nl/thijs-zonneveld/2821723/roze-bril.html