Ingezonden

Er plakte een stukje tape op de bovenbuis van de fiets van Lieuwe Westra. Op het eerste gezicht was het niet meer dan een pleister met een paar krabbels erop, een vodje van twee cent op een high tech fiets van zevenduizend euro. Maar stiekem was het veel meer dan dat.

De pleister was van boven tot onder volgekalkt in codetaal, als een spiekbriefje dat niemand anders begrijpt.

Driehoekjes, rondjes, puntjes, cijfertjes, afkortingen, hiërogliefen: het was minstens zo onbegrijpelijk als een sms’je in Swahili – en dan nog ondersteboven en achterstevoren ook. Bovendien had je een leesbril plusplusplus nodig om alle tekentjes te ontcijferen.

Westra was niet de enige die met zo’n pleister aan de start stond van de Omloop Het Volk. Vrijwel het hele peloton was voorzien van een volgekriebeld stukje tape. Sommigen hadden ‘m op de stuurpen geplakt, anderen op de bovenbuis van hun fiets.

Er was er zelfs eentje die ‘m op z’n pols had geplakt. (Verstandig – dat scheelde gewicht; zijn fiets was op die manier zo maar een halve gram minder zwaar.)

Chaos

Pleisters met codes zie je vooral in Vlaamse koersen. Daar heb je spiekbriefjes namelijk het meeste nodig. Al die Vlaamse klassiekers zijn chaos in het kwadraat: draaien, keren, loopings, naar boven en naar beneden. Je kunt de wedstrijd honderd keer verkennen, maar dan nóg ken je niet alle belangrijke passages uit je hoofd.

De Taaienberg, de Eikenberg, de Wolvenberg, de Valkenberg, de Kanarieberg, de Paterberg, de Koppenberg, de Dingesberg, de Dangesberg – je houdt ze niet uit elkaar. Zelfs niet met een ingebouwde TomTom in je bril.

Vandaar dat renners pleister na pleister vol krabbelen met de kilometrages van bergjes en kasseistroken. Sommigen priegelen er zelfs alle gevaarlijke bochten en de spoorwegovergangen op. Of de rugnummers van de belangrijkste concurrenten. Of hun eigen rekeningnummer – dat kun je bij wielrennen op de vreemdste momenten nodig hebben.

Kneuterigheid

Stukjes tape volkalken is handwerk, en dat is juist het mooie eraan. Je ziet al die renners op hun hotelkamer aan het bureau zitten, de avond voor de koers – gewapend met een balpen, een rolletje tape en het rondeboek. Tong uit de mond, een zweempje transpiratievocht op het voorhoofd, kriebels in de buik.

Marijn de Vries, wielrenster van AA-Drink (ja mensen, ook vrouwen rijden de Omloop Het Volk) stuurde haar bekrabbelde pleister de avond voor de eerste echte koers van het seizoen de wereld in via Twitter. Het was een meesterwerkje met alles erin: liefde, passie, hoop, twijfels en kneuterigheid. Ik gok dat ze daar minimaal een uur mee zoet is geweest.

Het is pure kunst, zo’n pleister. Schitterend en allesbehalve praktisch, want in de wedstrijd kijkt er vrijwel niemand op – de meeste renners zijn veel te druk met trappen, niet vallen en op tijd eten. De pleister hangt er voor niets bij. Dan deed Mario Cipollini het toch beter. Die plakte een lekker wijf zonder bikini op zijn stuurpen, en keek er om de vijf minuten op.

Het ene spiekbriefje is het andere niet.

Bron: http://www.nusport.nl/thijs-zonneveld/2752094/spiekbriefje-.html